Vaak als een onderdeel niet aan de eisen voldoet is de reflex om het voortaan te controleren voordat het ingebouwd wordt. Op zich is dat een begrijpelijke reactie, want als na inbouw de fout geconstateerd wordt zijn de kosten nog hoger.

Ik ben hier geen voorstander van. Ik vind dat je van een leverancier mag verwachten, nee, moet eisen, dat hij een onderdeel alleen levert als hij zeker weet dat het aan de eisen voldoet. Dit geldt trouwens niet alleen voor externe leveranciers. Ook intern moet je borgen dat de “leverancier” alleen goede producten levert aan de volgende processtap.
In het ideale geval bespreek je hoe die dat gaat doen voordat het eerste onderdeel besteld (of gemaakt) wordt. In de praktijk vertrouwen we er bij inkopen meestal op dat het wel goed komt en wordt dit gesprek pas gevoerd nadat een fout is geconstateerd.
Een gesprek over kwaliteitsborging kan voor beide partijen heel verhelderend zijn. De leverancier krijgt inzicht in welke zaken voor jou kritisch zijn en jij krijgt inzicht in de middelen die hij heeft om die maten of waarden te controleren. Soms leidt zo’n gesprek ertoe dat je afspraken maakt over herkenbaarheid van kritische maten en hoe die te meten zijn. Vrijwel altijd spreek je dan af dat voortaan een meetrapport meegestuurd wordt met de levering. Soms kom je erachter dat een leverancier niet kan meten (of maken) wat jij nodig hebt. Dat kan ertoe leiden dat je een ander gaat zoeken, maar het kan er ook toe leiden dat hij zijn processen en middelen gaat verbeteren en blij is met de kans om te leren en als organisatie te groeien.
Het is verstandig om je ook te laten bevragen of de eisen die je gesteld hebt: weet je zeker dat de tolerantie zo krap moet zijn? Hoeveel kan je ze “oprekken” voordat er merkbaar iets mis gaat? Door over dat soort dingen na te denken en ze te bespreken werk je samen aan het zo goedkoop maken van het product zonder aan werkelijk nodige kwaliteit in te boeten.
Een vaak terugkerende discussie is die over toleranties van onderdelen in een samenstelling waarvan je de resulterende tolerantie (dus op de samenstelling) goed kent. Je kan de maat van een keten van onderdelen afschatten door de uiterste waarden van de toleranties van de onderdelen op te tellen en dus ieder onderdeel heel krap tolereren. Je kan ook uitgaan dat alle onderdelen een werkelijke maat zullen hebben die normaal verdeeld zal zijn rond de nominaal met een statistische afwijking van maximaal 3 keer de standaard deviatie. Als dat zo is mag je de toleranties met de volgende formule optellen:
Ttot = √(T12 + T22 + …. Tn2)
waardoor ze effectief groter gemaakt kunnen worden voor dezelfde tolerantie van de samenstelling.
Bij het opzetten van een eigen productielijn doe ik meestal van tevoren de exercitie: voor iedere proces stap analyseren we welke eigenschappen we toevoegen en wat daarbij mis kan gaan, hoe we dat kunnen voorkomen EN bewijzen dat het voorkomen is. Als er tijdens produceren toch een fout (probleem) wordt geconstateerd stoppen we de productie meteen om het probleem structureel te verhelpen, e.e.a. analoog aan wat ik leerde uit “the machine that changed the world”. https://www.bol.com/nl/nl/p/the-machine-that-changed-the-world/9200000034233799/?bltgh=qRp00fb3RfnKpo-OvktOwg.2_14.17.ProductTitle

